De Historie van v.v. Rijen

Er is een start gemaakt met het plaatsen van de historie van s.v. RAC op de site van v.v. Rijen. Voorlopig is er alleen de historie van s.v. RAC in tekst. De komende tijd worden er nog foto's toegevoegd. De tekst is overgenomen van het jubileumboek 75 jaar s.v. RAC. De schrijver van de historie is Hans Avontuur. 

 

75 jaar voetbalvereniging s.v. RAC 1928 - 2003 

1928-1940

De Rijensche Amateurs Club

Begin jaren twintig telde Rijen verenigingen als Wilhelmina en de fabriekselftallen van de looierijen De Nederlander en De Brabander. Maar toen de spelers van deze teams hun geluk gingen beproeven bij Bredase clubs in de neutrale bond zat het dorp Rijen zonder een ‘geordende’ voetbalvereniging. Kapelaan Van Mierlo gooide een balletje op en in augustus 1928 werd ‘na ampel overleg’ de Rijensche Amateurs Club opgericht. Naar verluidt op de rand van de waterput van weduwe Dientje Geerts. De oprichters waren Frans Toonders, Jan van Gestel, Gerrit Martens en ‘de witte’ Geerts. Roemruchte buurtelftallen als ’t Haai-endje en SDO sloten zich al snel bij de nieuwe club aan. Bij gebrek aan een eigen terrein werd er gespeeld op het veld van Ericsson Telefoonmaatschappij en op ’t Pils-terrein, een opmerkelijke naam waarvan de oorsprong niet duidelijk is.

De naam RAC lijkt een eenvoudig bedenksel, maar dat is het niet. Er was ernstig over nagedacht. Professioneel voetbal bestond nog niet en het woord ‘amateur’ had in die tijd een wat andere lading dan tegenwoordig. De oprichters wilden het woord om twee redenen in de naam van hun club laten terugkeren. Op de eerste plaats wilde het zoiets zeggen als ‘liefhebber’ en op de tweede plaats gaf het aan dat het om een ‘leukigheidje’ ging en niet om een halszaak. Of zoals N. Hobbelen in 1953 schrijft in de feestgids van het Zilveren Jubileum: ,, Het kiezen van de naam R.A.C. lijkt me ’t meest geslaagde listigheidje van mijn leven. Liep de zaak fout, dan konden we ’t publiek zeggen: ’t was maar een lolletje, ’n aardigheidje… Maar zou de baby de kinderziektes te boven komen, dan kwamen de beginletters van de naam volkomen tot z’n recht. In R.A.C. klinkt iets pittigs, iets dat klopt, dat aanvuurt, deze naam jaagt de spelers op totdat het leder in de vijandelijke doelmond zweeft.”

 

Het eerste kampioenschap

Ondanks een moeilijke start zonder eigen terrein, zonder kleedkamers, zonder clubhuis en – zoals alle clubs in die tijd - zonder geld, groeide RAC uit tot een stabiele voetbalvereniging. Mede dankzij weldoeners die doelpalen schonken, netten regelden en geld voorschoten dat waarschijnlijk nooit is terugbetaald. Ook het doorzettingsvermogen van voorzitter Ad. Uytendaal was bepalend, want tijdens die eerste jaren bleven er in Rijen nieuwe clubs ontstaan zoals de Pilsclub en HVC, maar alle gingen na verloop van tijd op in de ‘RAC-smelterij’. Het duurde nog tot 1930 voor RAC eindelijk zijn eigen voetbalterrein kreeg aan de Laagstraat. Aanvankelijk werd er gespeeld op het ‘beneden veld’. Later zou daar het ‘hoge veld’ bij komen. Pastoor Oomen, een voetballiefhebber die zeer bij RAC betrokken was geraakt, zegende het veld in. Een clubhuis met kleedaccommodatie was er nog altijd niet. Voor én vooral ook na de wedstrijd werd er uitgeweken naar Hotel Nooten, waar de club jarenlang thuis zou zijn. Soms waren spelers hier uren na het laatste fluitsignaal nog in hun zwart-witte wedstrijdtenue te vinden. In 1932 vierde RAC zijn eerste grote triomf. Het werd kampioen van de tweede klasse IVCB, de Rooms-katholieke bond die bestond naast de Brabantse Voetbal Bond en de NVB, de huidige KNVB. Er volgden promotiewedstrijden die RAC moeizaam begon met een, volgens de krant, onverdiend gelijkspel: ,, Denkt er om R.A.C-kers, de volgende maal beter aangepakt. Gij hebt de eer van ons bisdom op te houden.” En dat deden ze, waarna RAC opklom naar de eerste klasse. De krant meldde: ‘…Blijft voortgaan op den ingeslagen weg. Al zullen het in de toekomst niet altijd overwinningen worden, zorgt dat de onderlinge verstandhouding ongerept blijft en de RAC-kers zullen een sieraad zijn van de RKF en waardig vertegenwoordigers van den Brabantschen bond. Good luck, zwartwitten!’ De eerste klasse was echter te hoog gegrepen, zodat RAC een jaar later weer degradeerde.
 

1941-1950

Drie keer kampioen

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de Rooms-katholieke IVCB door de Duitse bezetters opgeheven. RAC verhuisde toen naar de derde klasse van de NVB, de voorloper van de huidige KNVB. Er werd gespeeld tegen clubs als DESK, SCO, Boeimeer, Dongen en WVO. Hoewel Rijen een aantal keren stevig in de vuurlinie lag – het vliegveld en de spoorrails werden herhaaldelijk zwaar gebombardeerd – doorstond de club de oorlog met het mooist denkbare resultaat: er werd in al het geweld niet één lid verloren. Tijdens de bezetting moest er aan de Duitsers toestemming worden gevraagd om op het eigen veld te mogen trainen en spelen. En regelmatig werden de RAC-kers van het veld gestuurd omdat de bezetters zelf een potje wilden spelen. De oorlogsjaren waren echter ook goed voor enkele aardige voorvallen zoals de wedstrijd tegen het Oosterhoutse SCO. Toen deze partij uit de hand liep en er een massale vechtpartij ontstond op de gammele tribune en rond de bouwvallige kleedlokalen, moest de enige Duitse RAC-fan, een zekere Hanz, redding bieden. Op het moment dat de Rijenaren het onderspit dreigden te delven werd hem op zijn militaire plicht gewezen. Hanz trok het dienstpistool - ,,Was ist los, Mensch, was ist los! - vuurde enkele keren in de lucht en wist de vechtersbazen uiteen te drijven. Tijdens de oorlogsjaren ging het RAC sportief voor de wind. Het werd maar liefst drie keer kampioen in de derde klasse. Voor promotie moest de club echter tot 1946 wachten, want de promotiewedstrijden waren óf te zwaar óf werden verstoord door de Landwacht die op zoek was naar onderduikers die regelmatig meespeelden bij de diverse elftallen. Tijdens de oorlog moesten de RAC-ers nog eens via de achterdeur het Stationskoffiehuis ontvluchten omdat de Duitse gasten, die een dag later naar het Oostfront moesten, woedend werden toen het clublied te hard en te vaak werd gezongen: “RAC zal wezen, RAC zal zijn, wij worden kampioen op het voetbalterrein.”

 

RAC Tweedeklasser!

Het duurde tot november 1945 voordat de eerste naoorlogse competitie van start kon gaan. Daarvoor was er nog een onderlinge streekcompetitie georganiseerd, maar dat werd een grote mislukking. Op de eerste plaats omdat de clubs op wedstrijddagen verstek lieten gaan of zich helemaal terugtrokken en op de tweede plaats omdat er geen fietsen waren waarmee er naar de uitwedstrijden gereden kon worden… Ook RAC was daarbij spelbreker toen het bij SCO en WVO werd ingedeeld. De heer Van Mierlo omschrijft de reden in het jaarverslag 1944-1945 alsvolgt: "Daar wij niet zo Oosterhoutachtig zijn, meenden wij hieraan niet te moeten meedoen.” Het eerste volledige voetbalseizoen na de Tweede Wereldoorlog begon met een drama toen voorzitter en RAC-man in hart en nieren Jan Theeuwes door een ongeluk met een stroomdraad overleed. Of het een bewust eerbetoon was of niet, RAC werd dat jaar kampioen van de derde klasse. Na een spannend en slopend seizoen met sterke tegenstanders als WVO, Rood-Wit en Boeimeer. De beslissende promotiewedstrijd werd op het NAC-terrein gespeeld tegen WSC uit Waalwijk. De week voorafgaand aan het duel was de spanning te snijden in Rijen. Maar RAC won het duel met 2-1. Het jaarverslag geeft iets van de sfeer weer: ‘…De vreugde kende geen grenzen, de meeste wisten niet wat ze in hun zenuwachtigheid moesten doen; onze jongens werden op de schouders gedragen en zo de kleedkamer binnen gebracht, waar ze even konden uitrusten. Maar niet lang, want spoedig kwamen veel autoriteiten onze jongens komplimenteren. Omstreeks half elf kwamen we in het klublokaal aan waar zowat heel Rijen verzameld was…’ L. J. Uijtendaal - voorzitter van het hoofdcomité - is in de feestgids nog altijd opgewonden: ,,Deze titel klinkt voor iedere sportliefhebbende Rijenaar als een fanfare. We mogen gerust zeggen, dat de prestatie van R.A.C. iets buitengewoons is.”
 

1951-1960

De beroemdste wedstrijd 

Het is misschien wel de beroemdste foto uit de 75-jarige historie van RAC: vertwijfelde spelers rond een doel met een gebroken lat. Het gebeurde in de wedstrijd Baronie-RAC in 1953. De Rijenaren speelden een voortreffelijke wedstrijd en kwamen met 2-0 voor. Onder grote publieke belangstelling – wat op de foto ook heel duidelijk te zien is - was het nog bijna 3-0 geworden, maar Jan Brooijmans mistte voor open doel. De kentering kwam deze keer niet door een tactische wissel of strategische ingreep. Nee, er kwam een schot op doel dat werd weggewerkt. De bal ging recht omhoog en dreigde terug in het doel te vallen. In hun poging een doelpunt te voorkomen hingen RAC-keeper Peerden en RAC-speler Van Eijck samen een fractie van een seconde aan de lat en KNAK! De lat brak in twee stukken. De houten dwarsligger bleek niet te repareren. Op een bijveld moest een goal worden uitgegraven om het doel op het hoofdveld te vervangen. En zoals gezegd, de wedstrijd kantelde en Baronie wist de achterstand om te buigen in een 3-2 winst. Volgens ooggetuigen gebeurde dat met verdacht veel hulp van scheidsrechter en grensrechters. Toch had deze wedstrijd voor RAC leuke gevolgen. Theo van der Steen werd uitverkoren voor het Nederlands jeugdelftal en ‘den Brooij’ mocht zelfs meedoen met het echte Oranje! Jan Brooijmans zou uitgroeien tot de grootste speler in de RAC historie. Hij debuteerde op 16-jarige leeftijd in het eerste als vervanger van de geblesseerde Jos Martens en verhuisde in 1954 als broodvoetballer naar Willem II waar hij negen jaar lang zou spelen voor hij terug naar RAC kwam om af te bouwen. Het was de bloeiperiode van de tricolores met onder meer een Nederlands Kampioenschap en de Bekerwinst. Den Brooij speelde met en tegen grootheden als Bobby Charlton, Frans de Munck en Abe Lenstra.
 

Van RAC-Schakel naar de RAC-ker

Van 1946 tot 1963 speelt RAC onafgebroken in de tweede klasse. Daar worden mooie resultaten gehaald zoals de tweede plaatsen in 1956 en 1957. Behalve het eerste elftal komt in de jaren vijftig ook het verenigingsleven flink tot bloei. Een van de hoogtepunten daarbij is de totstandkoming van de RAC-Schakel, het clubblad dat in 1953 plotseling verschijnt en het tot 1960 zal volhouden. Daarvoor had de vereniging eventjes de RAC-Heraut gehad, maar die was geen lang leven beschoren. Al in het eerste jaar brengt de Schakel een feesteditie uit ter gelegenheid van 25-jaar bestaan van RAC. De feestgids krijgt een zilverkleurig omslag en staat vol mooie verhalen en prachtige reclames: “IJs en Patates-Frites van Van Tiel en Zn.”, “Végé, guller met zegels, guller met guldens” en “Of de wedstrijd is gewonnen of verloren, steeds zal een glaasje bij Den Brooij U bekoren”. De eerste RAC-schakels worden gemaakt door P. v.d. Schoof, Th. V.d. Veeken, G. Jansen en Kapelaan Wijnen, die er als censor op toezag dat de inhoud door de Rooms-katholieke beugel kon. De RAC-Schakel is eigenlijk het begin van een rijke traditie van clubbladen, waarbij de latere RAC-ker (in 1967 opgericht op initiatief van Henk van Oosterwijk) zelfs nog enkele prijzen heeft gewonnen. De RAC-Schakel ging na een aantal mooie jaren in 1960 ter ziele. “Na geruime tijd afwezig te zijn geweest is de Schakel er weer” schreef de redactie nog optimistisch, maar het was de laatste uitgave. De RAC-ker is inmiddels een monument binnen de club. Het blad bestaat onafgebroken sinds 1967 en vanaf het prille begin zijn de RAC-spatten een veelgelezen rubriek vol gekkigheidjes en opmerkelijke gebeurtenissen in de club. De malse commentaren van Gradus veroverden later ook een vaste plek. Een van de duizenden spatten: “Voetbalvader langs de lijn: "Het verstand heeft ie van mij!”. Voetbalmoeder: "Dat klopt, ik heb ’t mijne nog.’’
 

1961-1970

Opnieuw tweede klasser!

Na twee jaar achter elkaar te zijn ontsnapt aan degradatie – eerst door Goes achter zich te laten en later Dosko – eindigde RAC in 1963 alsnog op de laatste plaats. Met de verhuizing van 2B naar 2A had het bestuur gehoopt op betere tijden, maar in de nieuwe klasse werd een ander soort voetbal gespeeld: spijkerhard en minder creatief. En als er dan iets mis gaat, gaat alles mis. In de derde klasse werd het elftal verjongd en opnieuw opgebouwd. Er waren sensationele wedstrijden te zien tegen onder meer SCO, WVO, Dongen en Gilze. In 1965 werd er bij Uno Animo alweer om het kampioenschap gespeeld, maar mede door een gemiste strafschop bij 2-2 ging het feest niet door. Een jaar later pakte RAC alsnog de titel. Dagblad De Stem schreef: “Twintig jaar hebben de Rijenaren moeten wachten voor men de zwart-witten in triomf naar de kleedkamers kon dragen.” De titel werd groots gevierd. Met de harmonie voorop werden de kampioenen ingehaald! Dankzij het kampioenschap van 1966 keerde RAC terug in de tweede klasse, waar het jarenlang een rol van betekenis zou spelen, gesteund door een grote groep supporters die de club per bus achterna reisden. Het had niet veel gemaakt of RAC had in het eerste seizoen in de tweede klasse opnieuw de kampioensvlag kunnen hijsen. Maar in de laatste wedstrijd verloor RAC terecht van Axel en RKC werd kampioen. In 1968 verhuisde RAC eindelijk naar een mooi nieuw sportpark: de Vijf Eiken, fraai gelegen in de bossen en gedeeld met het inmiddels opgerichte EVV. Bij het begin van de competitie was het complex nog niet helemaal klaar en werd er in Gilze getraind. De nieuwe kantine werd gebouwd door tal van actieve leden, veteranen en supporters. Dat ging op z’n Rijens: mouwen omhoog, schouders eronder. Met een ongeslagen reeks thuiswedstrijden werd er afscheid genomen van de velden aan de Laagstraat. In het jubileumboek uit 1968, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan, worden de legendarische velden beschreven als ‘een ware arena waar veel tranen zijn gevloeid van vreugde of verdriet.’
 

RAC-Kamp en Supportersclub

De jaren zestig zijn ook de jaren geweest waarin bij RAC het jeugdvoetbal voor eens en voor altijd goed op de kaart werd gezet. Niet dat het daarvoor niet deugde, maar het verliep een beetje met ups en downs. Onder het jeugdbestuur van de heren Van Mierlo, Haagh en Theeuwes en met de hulp van vele leiders en trainers kwam de jeugd langzaam maar zeker ‘op een behoorlijk peil’. Een van de drijvende krachten, Piet Erkelens, schrijft daarover in het jubileumboek uit 1968: ,,Vijftien jaar geleden waren er twee elftallen voor de zondags- en drie elftallen voor de zaterdagsjeugd. Nu hebben we vier elftallen voor de zondag, zes voor zaterdag én vijf pupillenteams. Het laatste jaar is daarbij wel bijzonder succesvol geweest, omdat drie elftallen kampioen werden en ons zevende elftal naar de hoofdklasse jeugd promoveerde.” Niet alleen op het veld, maar zeker ook daarbuiten deed de jeugd steeds meer van zich spreken. Sinds 1956 deed RAC mee aan de NKS-kampen, onder de jonge voetballers beter bekend als het RAC-kamp. Ook daarbij was Piet Erkelens een van de belangrijkste peilers. Honderden pupillen reisden onder zijn hoede naar onder meer Berg en Dal bij Nijmegen – dat ging destijds per fiets! - naar Weert en later Huijbergen. Verder werden er ook kerstvieringen georganiseerd, jeugdtoernooien en ouderavonden. Hoe belangrijk de club in die periode was voor het Rijense dorpsleven, blijkt ook nog eens uit de oprichting van de Supportersvereniging. Na enkele mislukte pogingen kwam het eind 1967 goed van de grond op initiatief van Piet Laming, Cees Witlox en Cees Machielsen. De eerstvolgende wedstrijd ging echter met 7-2 verloren en ook de wedstrijd daarna werd verloren… En dus vond de RAC-selectie bij de training een doodskist op het terrein met daarin ‘het RAC-systeem’ en goede adviezen zoals ‘vroeg naar bed’ en ‘meer trainen’. In de hoogtijdagen telde de vereniging zo’n honderd leden. Om de kas te spekken werden oud-ijzer acties gehouden, gevolgd door rikconcoursen en de bingo-avond. Maar legendarisch is, bij thuiswedstrijden, toch de kreet ‘LOTJES VOOR DE WESTRIJDBAL’, waarna de scheidsrechter in de rust het winnende lot mocht trekken en er meestal een dolgelukkig jong RAC-voetballertje met het lederen vijfje naar huis kon. Later werd de bal vervangen door een levensmiddelenpakket.

 

1971-1980

Op en neer

Na drie jaar om de bovenste plaatsen te hebben meegespeeld ging het in 1970 plotseling mis met het eerste elftal. RAC eindigde tweede vanonder en degradeerde totaal onverwacht naar de derde klasse. Het verblijf in die klasse werd beperkt tot een jaar, want in 1971 liet RAC onder meer Gilze en Dongen ruim achter zich en kon enkele weken voor het einde van de competitie de champagne al worden ontkurkt. Terug naar de tweede klasse! In 1975 ging de club bijna naar de eerste klasse. Maar RAC moest het in de titelrace uiteindelijk afleggen tegen Baronie. Hoewel de vooruitzichten goed waren, daalde RAC twee jaar later toch weer af naar de derde klasse. Daar moest RAC, uitgerekend tijdens het 50-jarig bestaan, meteen weer tot het uiterste gaan om niet opnieuw te degraderen. Het was op en af met het eerste elftal. Succes was er wel voor de diverse activiteiten binnen de club. Er kwam een kerstwandeling, de RAC-dag werd geboren, het eerste zaalvoetbaltoernooi voor de jeugd, de eerste biertapwedstrijd en de Mini RAC dag. Zeer geslaagd was ook de eerste Vijf Eikenloop, de voorloper van de wintertrimloop. De eerste editie in 1971 telde maar liefst 905 deelnemers. In de RAC-ker van dat jaar schreven Stan Joosen en Bas de Baar: “…We hebben de mensen uit hun stoelen gekregen. Rijen is, nog niet massaal, aan het trimmen gegaan. Grote mensen, vooral dames, zag je gaan oefenen in de bossen, kinderen liepen blokjes om. Allemaal om te oefenen voor de prestatieloop want men wilde geen modderfiguur slaan. Men wilde het ‘avontuur’ tot een goed einde brengen. Als nu deze mensen konstant aan het trimmen blijven, hebben we voor 100% ons doel bereikt.” 1971 was ook het jaar van Frans Leenaars die zijn zilveren jubileum vierde als terreinknecht, waarbij hij de verdiende waardering kreeg voor het vele werk dat Franske doorgaans in alle stilte verzette en waar voetballers te weinig bij stil staan: ballen in het vet, netten op zijn plaats, gras maaien, vlaggen op het veld, de lijnen trekken, de kleedaccommodatie schoonmaken. In de RAC-ker werden twee onderdelen van Franskes werk nog eens onder de loep genomen. Er werd berekend dat Franske in die 25 jaar 1066 km en 640 meter lijnen heeft gekalkt en 11.250 ballen heeft opgepompt. Die aantallen zouden nog veel groter worden, want Frans Leenaars is tot en met seizoen 94 / 95 terreinknecht gebleven.
 

De RAC-veteranen en RAC zaterdag

Opgericht in 1947, gehuldigd in 1972: de RAC-Veteranen. Door de oprichters vooral bedoeld om de oude kern van het eerste elftal bij elkaar te houden, maar daarna speelde de gezelligheid een steeds grotere rol. Bovendien wilden de leden een potje blijven voetballen zonder voortdurend door jonge goden voorbij te worden gelopen. De techniek en de souplesse namen met de jaren misschien wat af, maar het fanatisme bleef. En dat geldt ook voor de veteranen van nu. Of zoals een van de eerste veteranen, ‘de witte’ Geerts aan de RAC-ker vertelde: "Het was een gezellige tijd, hoewel ik altijd serieus mijn wedstrijden heb gespeeld, vooral die tegen Gilze, die moesten koste wat kost gewonnen worden.” De veteranenwedstrijden tegen Gilze werden om diverse redenen heuse klassiekers. Nogmaals de RAC-ker: “…derby’s waarbij de spaanders eraf vlogen. Hoewel men in het veld met elkaar de grasmat bijschoffelde, was in de kantine na afloop altijd alles weer pais en vree. Vree zodanig dat na het bacchanaal RAC-spelers Gilzenaren naar huis toe brachten, maar daar aangekomen bleek het blikveld van sommige Rijenaren dermate beneveld door overdrijvende jenevervelden dat de Gilzenaren het raadzaam achtten hun Rijense makkers naar huis te brengen…” Tot de hoogtepunten hoorde en hoort nog altijd het Brabants Veteranen Toernooi, dat aanvankelijk het Klokkenbergtoernooi heette en later het Brabants Charitatief Veteranentoernooi. De liefdadigheid werd geschrapt omdat de clubs elkaar wel erg nadrukkelijk de loef gingen afsteken. En dat was niet de opzet. In de jaren zestig en zeventig verzamelden de RAC-veteranen onder hun tegenstanders een aardige namenlijst met spelers als Coen Dillen, Cor van der Gijp en Frans Bouwmeester. Logisch, met deelnemende clubs als PSV en Willem II. Natuurlijk hebben velen zich ingezet voor de veteranen afdeling, maar één man mag hier in het bijzonder worden genoemd: Jos Martens. Hij was jarenlang de grote animator, inspirator en bergen werk verzetter van de oudste actieve RAC-kers. In 1986 wordt Jos op passende wijze geëerd. Het nederlaagtoernooi van RAC draagt vanaf dat moment zijn naam.

Seizoen 75-76 werd er naast de veteranenafdeling een zaterdagteam opgericht. Om in RAC zaterdag te mogen voetballen werd gesteld dat een speler minmaal 30 jaar moest zijn. Indien een potentiële speler niet in aanmerking voor de selectie kwam kon van de regel afgeweken worden. Het hoogtepunt was de promotie naar de tweede klasse. het dieptepunt was het stoppen van RAC zaterdag in 2002 na 26 seizoenen.
 

1981-1990

Het sportieve dieptepunt

De jaren tachtig waren niet RAC’s beste jaren. Althans, wat de prestaties van het eerste elftal betreft. Dat begon al in 1981 toen RAC naar de vierde klasse degradeerde. Veel RAC-kers vonden dat beneden de stand. Maar in 1984 verdween RAC, ooit tegenstander van clubs als RKC, Baronie en RBC, zelfs naar de onderafdeling. Van de nood werd een deugd gemaakt. Na jaren van vechten tegen degradatie, keerde de rust terug. Trainer Harrie Wijkmans en leider Piet Schaerlaeckens bouwden met eigen jeugd geduldig aan een nieuw elftal. Het resultaat mocht er zijn: in 1987 werden RAC 1 en RAC 2 ongeslagen kampioen. Terug naar de vierde klasse, weg uit de afdeling 102 van de Brabantse Bond. Er volgden leuke competities met derby’s tegen EVV, Gilze en Dongen. Nog een leuke anekdote uit die tijd. Harrie Wijkmans kreeg tijdens een trainingsavond van Franske 15 ballen maatje 4. De jeugd werd voorzien van 25 ballen maatje 5. Toen Harrie ging informeren hoe het zat, had Franske zijn antwoord klaar: "Op een kleine fiets mot ’t leren!” Ook buiten het veld bleef RAC in deze periode een zeer actieve vereniging. De activiteitencommissie lanceerde, soms met de hulp van andere afdelingen binnen de club, tal van evenementen zoals het Carnavalvoetbal, de Kerstbingo, de Penaltybokaal, paaseieren zoeken, de wintertrimloop, de spellendag en de eerste RAC-gezinsdag. Deze gezinsdag moest de oude RAC-dag een nieuwe impuls geven, want het aantal deelnemers liep terug. De opzet om nadrukkelijker het hele gezin bij de club te betrekken werd een succes. Wat er gedaan werd? Touwtrekken, sponzen gooien, doelschieten, voetballen natuurlijk en na afloop met z’n allen barbecuen. "Ook met het barbecuen zetten de kleintjes hun vermoeide beentjes voor”, schrijft de RAC-ker in 1984. ,,Vooral het zelf broodjes bakken leverde veel plezier op. Een lust om te zien: vermoeide ouders, vader had ziel en zaligheid gegeven bij het voetbaltoernooi, met hun uiterst actieve kinderen… kortom, een gezellig familiegebeuren.”
 

Een dameselftal en een G-Team

In de jaren tachtig werd RAC versterkt met twee prachtige nieuwe initiatieven. In het seizoen ’82-’83 deed er voor het eerst een RAC-elftal mee in de damescompetitie en in 1988 werd binnen de club begonnen met het G voetbal voor verstandelijk gehandicapte sporters. Om met de dames te beginnen, zij speelden hun eerste wedstrijd, een bekerduel, op zondag 29 augustus tegen Bavel. De RAC-dames schreven er een stukje over: ,,Met 11 speelsters, een leidster en de trainer vertrekt het RAC damesteam op de fiets (!) naar Bavel waar de eerste officiële wedstrijd van dit ovenverse elftal gespeeld wordt. De verwachtingen zijn hooggespannen, hoewel niemand denkt aan een zege op dit twee klassen hoger spelende elftal, zijn we vast besloten om geen gek figuur te gaan slaan.” Dat doen de dames dan ook niet. Ze verliezen de wedstrijd weliswaar met 4-1 maar noteren dus wél hun eerste treffer: ,,Een prachtig afstandsschot, keihard en ongrijpbaar voor de keeper.’’ Het damesvoetbal zou bij gebrek aan belangstelling na enkele jaren verdwijnen, maar is in de jaren negentig weer teruggekeerd. Het G-voetbal begon bij RAC op initiatief van Ad Maas, naar wie het huidige toernooi voor G-voetballers is genoemd: de Ad Maas Memorial. Samen met een club enthousiaste mensen organiseerde hij in 1988 een toernooi om de financiële basis te leggen voor deze nieuwe tak binnen de vereniging en het G-elftal kon van start. De eerste wedstrijd begon spectaculair toen de wedstrijdbal vanuit een dubbeldeks vliegtuig op het veld werd geworpen. Tot grote verbazing van de spelers belandde de bal niet op de middenstip maar in het doel… Het initiatief sloeg aan en er werd een plan gemaakt voor een competitie met andere G-elftallen, dat door Kees Leijten, ook een van de mannen van het eerste uur, werd uitgewerkt. Van een voorzichtig begin met 7 teams groeide het G-voetbal in het District Zuid I uit tot diverse competities met meer dan 70 teams. Hoewel het uiteraard gaat om doelpunten maken, winnen en verliezen, schrijft Kees Leijten in 1998 bij het 10-jarig jubileum: ,,Vrijetijdsbesteding, contact hebben met vrienden, aan je conditie werken, samen voetbal beleven en erbij horen, tellen voor mijn gevoel veel meer. Het voetbal beleven kunnen G-voetballers als geen ander. Vele voetballers zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.”
 

1991-2003

Wie de jeugd heeft…

Terwijl het eerste elftal opnieuw naar de onderafdeling afdaalt en trainers komen en gaan, jubileert het clubblad de Racker (25 jaar in 1991) en floreert de jeugdafdeling. Steeds meer spelertjes melden zich aan en er komen tal van nieuwe activiteiten. Zoals een bezoek van de KNVB voetbaltruck, de sponsorloop, de familiedag en een voetbalclinic van ex-internationals en Ajax-spelers Arnold en Gerry Mühren. Er wordt mini-voetbal gespeeld, een warming-up gedaan, penalty’s genomen, gejongleerd met grote en kleine bal, afgewerkt op doel en er zijn demonstraties van de broertjes zelf. Zo nemen zij hun strafschoppen achter het standbeen om. Na afloop krijgen alle deelnemers een beoordeling mee naar huis. In 1997 keert RAC 1 via de nacompetitie terug in vierde klasse, maar uiteindelijk zal RAC z’n 75-jarig bestaan en afscheid vieren in de laagste afdeling. Het enthousiasme van de vereniging is onveranderd groot. Zo komt er een kledingplan voor de jeugdspelers – voor fl 25,- krijgen spelers een compleet tenue - gaat er opnieuw een dameselftal van start, begint een werkploeg aan allerlei klussen op en rond de velden en houdt RAC vast aan een mooie traditie: de soepactie. In oktober 1991 meldt de Racker dat er door 100 leden 2316 blikken soep zijn verkocht, goed voor een totale opbrengst van fl 5790 en een winst van fl 2000 die zoals gebruikelijk voor de jeugdafdeling gebruikt zal worden. De winst had nog hoger kunnen zijn, als de soep niet voortijdig uitverkocht was geweest. Nieuw is ook het kampeerweekend voor de D, E en F pupillen. De eerste editie wordt geopend door eredivisiespeler Jack de Gier, waarna er van vrijdagavond tot zondagmiddag allerlei activiteiten op het programma staan. Van een voetbalcircuit tot een geluidenspel en minivoetbal. Uiteraard hoort het blijven eten en slapen tot de hoogtepunten. Een fanatieke club RAC-kers zorgt ervoor dat deze nieuwe vorm van het RAC-Kamp tot in het jubileumjaar wordt gehouden. Het succes van het kampeerweekend wordt tijdens de laatste editie bewezen met een record van 101 deelnemers.


Vaarwel RAC, Welkom v.v. Rijen.

De groei van de jeugd gaat zo hard dat de accommodatie – ondanks nieuwe kantine en extra kleedkamers bij het hoofdveld – steeds meer tekort schiet. De eerste gesprekken met de gemeente hebben plaats. Samen met die gesprekken, komen ook de eerste geluiden naar buiten over een eventuele fusie of huwelijk met sportparkgenoot en rivaal EVV. Een kansloos plan, zo lijkt het. In de RAC-ker wordt er een spatje aan gewijd: "RAC en EVV fuseren? Dan heb je toch wel heel weinig gevoel voor historie. Dat zal dan wel uit de hoge hoed komen van een buitenlandse Rijenaar." RAC krijgt echter steeds meer problemen om kleedkamers en velden op niveau te houden. Een kwestie van vraag en aanbod. Te veel voetballers en voetballertjes voor de verder achteruit hobbelende accommodatie. De gemeente wil alleen investeren in de renovatie van Sportpark De Vijf Eiken als de clubs samengaan. RAC voelt zich gegijzeld, maar heeft weinig keuze. Constructieve besprekingen tussen de besturen van beide clubs leiden tot een fusievoorstel. De RAC-ker van december 2001 spreekt dan ook van een ‘onomkeerbaar proces’ en dat ‘een huwelijk in de lucht hangt’. Beide clubs mikken op een begin in het seizoen 2003-2004 zodat RAC afscheid kan nemen met de viering van het 75-jarig bestaan en EVV de 45-ste jaargang kan afronden. Toch wordt het samengaan nog één keer uitgesteld. Tijdens de finale ledenvergadering wordt er door de leden gekozen voor uitstel van fusie, in plaats van akkoord te gaan met de door de gemeente aangeboden aanpassingen van het sportpark. Via een referendum worden de knelpunten geïnventariseerd. Na constructief overleg met EVV en Gemeente komt het alsnog tot een fusie. RAC en EVV gaan, alsnog per seizoen 2003 -2004, samen verder als v.v. Rijen. Na 75 jaar zal het zwart-wit van de Rijense velden verdwijnen. Maar de geschiedenis, de prachtige verhalen én de herinneringen aan de mensen die RAC groot maakten verhuizen mee in de harten van alle RAC-kers die v.v. Rijen toekomst gaan geven.
 

Vaarwel RAC, welkom v.v. Rijen.

 
 

Terug naar boven